Praktijkervaringen

Qare Zorg in de praktijk

De praktijk

Waar de kwaliteitsverbetering tot uiting komt

Privacy

Op deze pagina wil Qare-Zorg u een kijkje geven in de resultaten die onze werkwijze heeft gerealiseerd. Qare-Zorg gaat zeer zorgvuldig om met privacy gevoelige informatie. Namen van cliënten worden om deze reden niet vermeld of worden weergegeven door een andere naam toe te voegen. Foto of filmmateriaal wordt alleen na formele goedkeuring toegevoegd.

Casuïstiek

Qare-Zorg kiest ervoor om de praktijk ervaringen middels casuïstiek  weer te geven. Ieder casus staat op zichzelf en beschikt over zijn unieke eigenschappen. U als professional en ervaringsdeskundige zal zichzelf mogelijk op specifieke onderdelen kunnen identificeren.

Enkele voorbeelden waar de werkwijze van Qare-Zorg is toegepast;

Casus D.

D is een man van midden 40. Zeer ernstig verstandelijk gehandicapt en valt in de doelgroep SGECG. D heeft een vorm van autisme. D heeft stemmingswisselingen die elkaar snel op kunnen volgen. Hier kan D. last van hebben. D gebruikt veel onrustmedicatie en medicatie die zijn epilepsie onder controle houden. D maakt al jarenlang gebruik van een houdini vest. Dit vest draagt hij 22 uur per dag. Daarnaast maakt D in combinatie met het houdini vest, gebruik van een Zweedse band, waarmee hij ’s nachts en met periodes overdag vast ligt op bed.

D laat veel “ongewenst” gedrag zien. Dit uit zich in bonken tegen materialen in zijn nabije omgeving, zichzelf en andere bijten, zichzelf en andere slaan en schoppen. D kan met periodes ook smeren met ontlasting. Dit gedrag is tevens de reden van waaruit het fixatie materiaal ooit toegepast is.

Resultaat.

Het team rondom D heeft geleerd om hem als mens te accepteren, gewoon zoals hij is. Door D beter te leren begrijpen en hem “nieuwe” associaties te laten maken. Associaties waar het fixatie materiaal geen onderdeel meer vanuit maakt. D heeft een enorme kwaliteit verbetering van leven gekregen. D maakt gen gebruik meer van enige vorm van fixatie materiaal. Onrust medicatie is afgebouwd. De stemmingswisselingen zijn niet volledig weg gegaan. Echter zoekt D de nabijheid van de begeleiding nu meer op, wanneer het hem wat minder goed gaat. Samen wordt er dan gezorgd voor de juiste randvoorwaarde, zodat D snel weer beter in zijn vel komt te zitten. Het toepassen van fixatie materiaal is hierbij niet meer toegestaan om toe te passen.

Casus J.

J is een jonge vrouw van begin 30. J is zeer ernstige verstandelijk gehandicapt. J valt onder de doelgroep SGEVG. J heeft een vorm van autisme, epilepsie en een visuele beperking. J kan zichzelf, andere en materialen schade toebrengen. Dit uit zich in haren trekken, slaan, schoppen en het gooien met materialen.

J maakt gebruik van een Posey band en Zweedse band. Hiermee zit ze 23 uur per dag vast aan bed stoel en rolstoel. Samen met het team is een risico-inventarisatie gemaakt. Naar aanleiding daarvan is volgens een uitgebreid plan het fixatie materiaal teruggedrongen.

Resultaat.

J maakt nu geen gebruik meer van fixatie materiaal. De Posey band waarmee ze tot nu toe mee vast zat aan bed en stoel gebruikt ze nu als losse riem in haar broek. Het “vertrouwde” van de band blijft zo behouden voor haar, terwijl ze niet meer beperkt is in haar vrijheid. J maakt nu geen gebruik meer van enige vorm van fixatie materiaal. Met periodes gooit J spullen van tafel of de tafel in de woonkamer zelf om. Dit gedrag roept geen bedreigend gevoel meer op bij mede cliënten en begeleiding. Hierdoor wordt dit gedrag niet meer als “probleem” bestempeld.

Casus S.

S is een man van middelbare leeftijd. S woont nagenoeg zijn gehele leven in een instelling voor mensen met een verstandelijke handicap. S valt onder de doelgroep SGEVG. S heeft een vorm van autisme, een visuele beperking en vertoont “ongewenst” gedrag naar zichzelf, andere en materialen. Dit uit zich in slaan, schoppen, bijten en het bonken tegen begeleiding en materialen. S lijkt in de uiting van dit gedrag geen rem te hebben, met ernstig letsel tot gevolg. S maakt 24 uur per dag gebruik van fixatie materiaal. In bed ligt hij vast met pols, enkel en schouder banden. Hierdoor kan S alleen maar op zijn rug liggen. Overdag zit S in een rolstoel met tafelblad, pols, enkel en schouder fixatie. S heeft een helm die op gaat wanneer er een reeds toegepaste fixatie losgemaakt wordt.

Samen met het team is er een risico-inventarisatie gemaakt met de mogelijke gevolgen van wel en niet toepassen van de vrijheidsbeperkende maatregelen. Bij S is er stapsgewijs begonnen met het afbouwen van zijn fixatie materiaal. Overdag werden zijn handen vaker los gemaakt. Voorwaarde was dan dat zijn handen een andere functie kregen. Zo hield S graag een enorme knuffelbeer vast. Hierdoor ging S minder snel automutileren.

Resultaat.

Overdag zijn handen en voeten vaker los. S heeft geleerd dat hij zijn handen zelf in zijn polsfixatie kan doen en ook zelf hier weer uit kan komen. S kan dit nu dus meer zelf bepalen. De meeste vooruitgang is in de nacht geboekt. S slaapt in een “tentbed” waarbij hij geen gebruik meer maakt van fixatie materiaal direct op het lichaam. S kan nu zelf in bed gaan liggen zoals hij dat wil. Het terugdringen van fixatie materiaal bij S loopt door en wordt cyclisch geëvalueerd en daar waar mogelijk bijgesteld.

Casus P.

P is een man van begin 40 met een zeer ernstige verstandelijke beperking. P valt onder de doelgroep SGEVG. S. heeft een vorm van autisme. P is een grote man van 2,05 meter. Dit kan bedreigend overkomen op zijn omgeving. P kan ongewenst gedrag laten zien. Dit uit zich in duwen, slaan en schoppen van begeleiding. P is door de jaren heen veel op zijn kamer beland, hierbij zit de deur altijd op slot. Op zijn kamer eet, drinkt en slaapt hij. Korte momenten met dagbesteding vinden plaats buiten zijn woning.

Samen met het team is een risico inventarisatie gemaakt. Het bleek al snel dat de angst voor mogelijke gevolgen bij de begeleiding de maatregel in stand hield.

Resultaat.

Bij P gaat zijn kamer deur niet meer op slot. Eet en drink situaties vinden plaats buiten zijn slaapkamer. P bepaald zelf hoe lang hij bij deze situaties buiten zijn kamer blijft. Enige voorwaarde is dat hij zijn eten en drinken buiten de kamer nuttigt. Het gedrag van P is hetzelfde gebleven en is in frequentie en intensiteit niet toegenomen.

Casus E.

E is een man van middelbare leeftijd met een zeer ernstige beperking. E valt in de doelgroep SGEVG. E heeft een vorm van autisme, stemmingswisselingen en laat “ongewenst” gedrag zien naar andere en materialen. Dit uit zich in begeleiding slaan, schoppen en duwen en het vernielen van materialen in zijn nabije omgeving. E functioneert emotioneel op een niveau van 0,5 jaar. Cognitief functioneert E op een niveau van 5 jaar. Het emotionele en cognitief niveau enorm liggen ver uit elkaar. Dit maakt de beeldvorming van E voor mijn omgeving complexer.

E komt uit een situatie waarin hij 24 uur per dag in een kamer zat. Iedere vorm aan begeleiding werd door hem beëindigd doordat hij direct over ging tot fysiek contact. Dit had bij begeleiding ernstig lichamelijk en psychisch letsel tot gevolg. Hierdoor heeft E gedurende 12 maanden weinig contact gehad met andere en een zeer lage kwaliteit van leven.

Rondom E is een nieuw team gevormd waarmee E nog geen associaties had gelegd. Het team heeft een uitgebreide beeldvorming gehad en er is een risico-inventarisatie gemaakt. Als team hebben we de afspraak gemaakt dat E nieuwe associaties moet gaan maken. Positieve associaties. Gedurende 3 maanden zijn er veel fysieke conflicten geweest met E dit heeft bij begeleiding geleid tot licht fysiek letsel. Door de goede voorbereiding heeft dit niet geleid tot psychisch letsel.

Resultaat.

E heeft positieve associaties gemaakt met zijn huidige team/netwerk. Hierdoor heeft hij gedurende de dag vele contact momenten, gaat hij weer buiten activiteiten ondernemen en is zijn kwaliteit van leven enorm toegenomen.